Het is ondertussen al weer een jaar geleden sinds Romy, onze hond, is overleden. Ondanks dat ze eigenlijk van mijn schoonouders was en niet -altijd- bij ons in huis woonde, was ze echt een onderdeel van ons gezin. Vandaag deel ik heel graag hoe het voor mij was om Romy te moeten laten gaan. Niet om je verdrietig te maken, maar juist om je een nieuwe en frisse kijk te geven op het afscheid nemen van dieren. Ik vind namelijk dat er ook een ander verhaal verteld moet worden. Een verhaal van blijvende liefde en rust.

Zware emoties

Overal waar het gaat over het afscheid nemen van dieren, gaat het over super heftige, zware en diepe emoties. Ik lees regelmatig dat mensen het afscheid van hun dier het allerergste uit hun hele leven vinden. Traumatisch. Nog erger dan een scheiding, of de dood van hun partner. Het is ook heel wat. In onze drukke levens, vol vooroordelen van andere mensen, zijn onze dieren vaak een lichtpunt. Ze accepteren ons zoals ze zijn en hebben geen last van deadlines of groepsdruk. Met hun aanwezigheid alleen al kunnen ze ons leven verlichten en mooier maken. Als ze dan overlijden, lijkt de wereld opeens weer een stuk donkerder te worden. Ze lijken het licht mee te nemen, weg van jou.

Zo dacht ik er zelf ook altijd over. Totdat Romy overleed. Ik denk dat er twee redenen zijn waarom Romy’s dood voor mij geen zwart gat van ellende was. Ik deel ze heel graag, omdat jij er misschien iets aan kan hebben.

Voordat Romy stierf, was ik super bang voor haar afscheid. De gedachte alleen al zorgde voor tranen en paniek. Ik bevroor. Ik heb zoveel meer gehuild toen ze er nog was, dan toen ze eenmaal gestorven was. Toen het eenmaal zo ver was, was het goed. Vreemd genoeg. Ze was al op leeftijd, dus dat scheelde zeker. Maar was meer aan de hand. Romy’s licht was helemaal niet verdwenen, zoals ik had verwacht. Haar licht zit nog steeds in mijn hart en hoofd. Letterlijk.

Ja, dit is echt zo. Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat naar een levende Romy kijken heel erg lijkt op denken aan de overleden Romy. Er is gebied in mijn hersenen dat over ‘Romy’ gaat, en onder een hersenscanner licht dat gebied op. Wanneer ik vroeger een levende Romy zag, of nu, wanneer ik aan haar denk. Voor dat gebied in mijn hersenpan is Romy gewoon Romy. In mijn hoofd is ze er nog gewoon, en zal ze nooit verdwijnen.

Maar het verdriet was 1000% minder om nog een andere reden.

Alles is gezegd en gevoeld

Het belangrijkste punt was dit: we hebben alles tegen elkaar gezegd dat we van elkaar moesten weten.

Romy hield van mij, en ik wist dat. Ik hield van Romy, en zij wist dat. We waren open en eerlijk in onze liefde voor elkaar.

Natuurlijk hadden we nog 125 jaar beste vriendinnen kunnen zijn, maar zo werkt het leven niet. Het punt is, dat we nergens spijt van hebben. Romy wist dat ze mijn beste vriendin was. Ze wist dat ik er altijd voor haar zou zijn. Ze wist dat ik haar mening respecteerde. Ze wist dat ze een keuze had.

Onze tijd samen was (bijna) altijd een feestje. Er zat geen frustratie in. Geen woede, geen stress. Geen irritatie. En als het dan een keer minder leuk was, maakte ik genoeg tijd om het weer positief en gezellig te maken.


En dat wens ik voor iedereen met z’n dier. Je kan de stress en frustratie uit jullie relatie halen. Zodat je relaxed kan genieten van alle tijd die jullie samen hebben. Er zitten 24 uur in de dag, en 7 dagen in de week. Daarvan mag echt wel het grootste deel een liefdevol feestje zijn! Als dit het niet is, kan je dit veranderen. Maak het feestje zo feestelijk dat je hart ervan blijft gloeien.

Onderdeel zijn van Romy’s feest was zó fijn, dat mijn hart nog steeds oplicht van onze liefde. Ook al is haar feestje afgelopen.