Dingen die voor haar simpelweg niet waar móchten of kónden zijn, liet de oude vrouw links liggen. Ze wilde er geen seconde van haar tijd aan besteden. Zelfs niet toegeven dat ze het opzettelijk negeerde. Of het nu ging om een persoonlijke -afwijkende- voorkeur, of om grootse ideeën. Ze zei enkel: “Te zot om t’antwoorden”, en ging verder met haar dag.

 

Als klein meisje zag ik het haar regelmatig doen, en later leerde ik dat het hier om iets gaat dat we cognitieve dissonantie noemen. Je hebt een bepaald beeld van de wereld, en alles wat hier niet in past, geeft een vervelende spanning. Het voelt niet goed. In het voorbeeld hierboven steekt de oude vrouw haar hoofd nog dieper in het zand. Ze probeerde de vervelende spanning in haar hoofd te verminderen door het bestaan van de spanning glashard te negeren. Ze praat er niet over.

 

En dat is heel gebruikelijk. Lastige onderwerpen worden vermeden.
Als het gaat om paardenwelzijn, zie ik ’t ook regelmatig. Ergens weten mensen soms dat ze niet in het belang van ’t dier handelen, maar ze proberen het goed te praten.

Hoe harder ik mijn paard sla met de zweep, hoe lekkerder hij ’t vindt.
Mijn paard vindt het niet fijn om buiten te staan, dus ik zet haar altijd op stal.
De band tussen onze dochter en haar pony is goud.” 

(zie foto…)

Nu wil ik deze mensen niet overtuigen van mijn visie. Zeker niet vandaag. Wat ik wil bespreken is hoe wij –jij & ik, bewuste paardenliefhebbers– met deze cognitieve dissonantie om kunnen gaan. Want er is iets geks aan de hand met cognitieve dissonantie. Hoe logischer onze argumenten zijn, hoe meer bewijs we geven en hoe duidelijker we de zaken uitleggen, des te meer cognitieve dissonantie.

Cognitieve dissonantie prik je niet kapot zoals een ballon. Hoe meer ik laat zien dat een paard de situatie niet begrijpt in plaats van de baas wil spelen, hoe ‘gekker’ mensen denken dat ik ben. Ze gaan op zoek naar bewijs voor hun idee. Én ze gaan op zoek naar bewijs dat laat zien dat ik inderdaad een gekkie ben.

Iemand die het niet wil zien, kan je niet forceren. Hoe harder je het probeert, des te dieper de hielen in ’t zand. Het helpt niemand vooruit.

Bovendien voel ik (soms) ook echte compassie met deze mensen. Er is een reden dat ze zo vast zitten en dat ze bang zijn voor verandering. Zo kwam ik laatst een vrouw tegen die duidelijk jarenlang bekrachtigd was in haar eigen visie. Dit werkte goed voor haar, en ik & mijn moderne ideeën maakten haar boos.

Onder de drempelwaarde van spanning

Plots zag ik visualiseerde ik de vrouw als een paard. Een boos paard. Een paard dat jarenlang bekrachtigd is in haar gedrag, en dat lijkt dan opeens niet meer te werken. Bij een paard zorgt dat voor enorm veel onrust, frustratie, mogelijk agressie… én het zorgt zeker niet voor een verrijking van het welzijn. Hoe lastig het bekrachtigde gedrag voor ons ook is (stampen op de poetsplaats, bijten in de teugels), ik zou zo’n paard nooit door teveel spanning en frustratie willen laten gaan. Het doel heiligt de middelen niet. Het emotionele welzijn blijft mijn prioriteit en ik probeer het gedrag -onder de drempelwaarde van spanning- langzaam te veranderen. Niemand is perfect, en iedereen verdient de mogelijkheid om de mening bij te stellen.

Mijn aanpak voor cognitieve dissonantie is simpel: ik trek me terug van het lastige onderwerp en plant een zaadje. Een vriendelijk, begripvol en empathisch zaadje. Ik verplaats me in de schoenen van de ander en probeer gemeenschappelijke grond te vinden. Hoe meer de ander mij ziet als een volwaardig mens en hoe meer niet-aanvallend ik overkom, hoe groter de kans dat ze de bandbreedte in hun hoofd hebben om er eens rustig over na te denken. Onder de douche, in de auto, of als ze boodschappen aan ’t doen zijn.

Dit kost me ook nog eens minder energie dan mezelf opwinden of boos worden. Ik hoef mijn best niet te doen om ze te overtuigen 🙂 .